Handboeien - Ambtsinstructie

  • Ambtsinstructie, artikel 22
  • 1. De ambtenaar kan een persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, ten behoeve van het vervoer handboeien aanleggen.
  • 2. De maatregel, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden getroffen, indien de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid of het leven van de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, van de ambtenaar of van derden.
  • 3. De in het tweede lid bedoelde feiten of omstandigheden kunnen slechts gelegen zijn in:
    a. de persoon die rechtens zijn vrijheid is beroofd, of

    b. de aard van het strafbare feit op grond waarvan de vrijheidsbeneming heeft plaatsgevonden, een en ander in samenhang met de wijze waarop en de situatie waarin het vervoer plaatsvindt.
     
  • Rechtens zijn vrijheid beroofd betekent dat het een persoon is die of is aangehouden, veroordeeld of vanwege zijn psychische toestand gedwongen is opgenomen.
  • Ten behoeve van het vervoer betekent dat de boeien alleen gebruikt mogen worden als je iemand van A naar B vervoert. Als je op B bent aangekomen dan moeten de handboeien weer af.
  • Als het vervoer is ingericht voor verdachtenvervoer, dan mogen de handboeien niet worden aangelegd.
  • Handboeien mogen worden aangelegd als er gevaar voor ontvluchting is of als er uit feiten of omstandigheden blijkt dat er gevaar is voor de ambtenaar, voor derden of de persoon die rechtens zijn vrijheid beroofd is.
  • Dit gevaar kan blijken uit feiten (datgene wat een persoon gedaan heeft) of uit omstandigheden (verleden of gedrag van de persoon of waar de persoon zich op dat moment ophoudt).
Categorie: 
Handboeien